College 4: Rationaliteit en Romantiek

De 19de eeuw was de eeuw waarin de Romantiek het karakter kreeg van een elkaar versterkende - en soms dwars zittende - combinatie van rationaliteit enerzijds en aandacht voor intuïtie en gevoel anderzijds. Tijdens dit college zullen we onder meer discussiëren over het begin- en eindpunt van de Romantiek. Was bijvoorbeeld de Renaissance niet in feite al een vorm van Romantiek? En treden we met 2017, nu de natiestaat het weer wint van streven naar samenwerking en gelijkheid, wellicht niet opnieuw een typisch romantische fase binnen?

 

Het 'moderne orgel'

Ook met betrekking tot dit vragencomplex weerspiegelt de geschiedenis van de orgelkunst die van het Westen in het algemeen. Met name in het Duitsland van de late 19de eeuw versterkten rationaliteit en romantiek in de orgelbouw elkaar optimaal. Toen aan het einde van de 19de zelfs de mening van de leek serieus werd genomen via een (voor ons vandaag) onvoorstelbaar groot aantal orgelbouwtijdschriften, ontstond 'het moderne orgel', zoals het destijds algemeen werd genoemd. Het summum was in 1912 het enorme orgel in de Michaeliskirche in Hamburg: in alle opzichten beantwoordend aan een intuïtief streven naar eenheid in dynamiek, toonhoogte en klankkleur, mogelijk dankzij strikt doorgevoerde technologische innovatie.

 

Eberhard Friedrich Walcker bouwde aan het einde van de jaren 1830, begin jaren 1840 orgels met twee pedaalklavieren: zo kon de organist sneller van klankkleur en luidheid wisselen. Op dit punt was Walcker onder meer beïnvloed door Abbé Vogler. Afgebeeld is het (inmiddels verdwenen) orgel in de Stiftskirche in Stuttgart (1839)

 

De 20ste eeuw

In de 20ste eeuw ontstaan op basis van dit orgeltype en in reactie erop allerlei andere klankconcepten - een ontwikkeling die pas sinds enkele jaren tot rust lijkt te komen. We leren in dit college de 19de eeuw in klank kennen, door naar orgels van Cavaillé-Coll, Ladegast, Sauer en grootvader Eberhard Friedrich Walcker te luisteren; vervolgens beleven we de overgang naar de 20ste eeuw met de klankconcepten van kleinzoon Oscar Walcker en de eerste generaties Klais; om daarna de Orgelbeweging van het interbellum en de Neobarok van na de Tweede Wereldoorlog te beluisteren. 

 

Het orgel dat Hans Henny Jahnn (inderdaad, de ooit beroemde Duitse auteur was ook orgeldeskundige) voor de Lichtwarkschule in Hamburg ontwierp, had vrouwelijke en mannelijke registers, en verwees met zijn uiterlijk naar de boeken over muziek van Athanasius Kircher, een van de spannendste denkers uit de 17de eeuw.

 

Let op! Om 14.15 uur begint dit college GEWOON in het Orgelpark en dus NIET in de Oude Kerk in Amsterdam!

Anders dan in Timbres aangekondigd, begint dit college NIET in de Oude Kerk in Amsterdam, maar 'gewoon' in het Orgelpark. Niettemin is het natuurlijk een prima idee om zelf even in de Oude Kerk te gaan kijken. Het wereldberoemde orgel daar is in restauratie, dus alle pijpen zijn eruit. Daar 'even' naar kijken samen leert veel over hoe orgels vóór 1850 in elkaar zitten qua structuur, en wat dat betekent voor de klank van het instrument.

 

De lege orgelkast(en) van het orgel in de Oude Kerk in Amsterdam (1724)

 

Word
Gast
vriend

Word Vriend of GastVriend van het Orgelpark

Bezoek alle Orgelpark concerten voor slechts 70 euro per jaar. Daarmee helpt u ons om het orgel een nieuwe plaats te geven in het actuele muziekleven en geeft u jong talent de kans op te treden in een bijzondere ambiance.

Lees meer
Muziekspeler
Kies een muziekstuk