De Erard-vleugel

De Erard-vleugel in het Orgelpark is een Extra-Grand modele de concert 260 cm uit 1899.
In een Erard-vleugel lopen de snaren parallel, een instrument met “register-kwaliteit.” De moderne vleugels zijn kruissnarig, dat wil zeggen dat de bassnaren schuin over de andere snaren lopen. Dit verschil komt tot uitdrukking in de klankzuiverheid en de klankkleur.

Destijds speelden alle groten der muziek op een Erard-vleugel: Mendelssohn, Chopin, Liszt, Verdi, Wagner, Debussy, Ravel, Fauré, Diepenbrock etc.

 

Erard
Sebastien Erard, in 1752 in Straatsburg geboren als Sebastian Erhard, geldt als de grootste werktuigbouwkundige die zijn branche ooit heeft gekend. In 1768 verhuisde hij naar Parijs om er in de leer te gaan bij een – onbekend gebleven – klavecimbelmaker; vier jaar later, op zijn 20ste, was zijn goede naam al gevestigd. De vermaardheid van Erard-piano’s werd zelfs zo groot, dat men dikwijls van een Erard sprak wanneer men een piano-forte bedoelde.
Tot op hoge leeftijd bleef Sebastian Erard innovatief. Op zijn 69ste ontwikkelde hij een repetitiemechaniek en een metalen frame. Dat laatste zorgde ervoor dat de instrumenten niet langer al te snel ontstemden. Ook tal van andere vindingen van Erard zijn inmiddels vanzelfsprekend onderdeel van alle moderne vleugels en piano's.
Erard was niet alleen pianofortemaker; hij bouwde ook harpen. Het pedaalsysteem van Erards harpen streefde in zijn perfectie en zijn ingenieuze inrichting alles voorbij waarvan harpisten tot dan toe hadden gedroomd.
Zoals diverse klavecimbelmakers in de 18de eeuw af en toe ‘klaviorganums’ hadden gebouwd – klavecimbels met enkele orgelregisters –, zo ontwikkelde Erard een pianoforte met een extra orgelklavier, de zogeheten ‘piano organise’. Er zijn door Erard ook ‘echte’ orgels gebouwd: in het opvoedingsgesticht in St.-Denis, de concertzaal van het conservatorium in Parijs en de concertzaal van het Paleis van de Tuilerieën. In ieder geval in het laatste orgel (1827) bouwde Erard een doorslaand tongwerk, dat daarmee een van de allereerste van dit soort orgelregisters was. Dit zogeheten ‘Jeu Érard’ is als zodanig in de vergetelheid geraakt, maar Erard droeg er wel mee bij aan de latere populariteit van doorslaande tongwerken in orgels en van het harmonium, dat immers helemaal gebaseerd is op doorslaande tongen.