Parkkerk

Een korte geschiedenis van de Parkkerk

 

Kerstmis 1918 werd de Parkkerk in de Gerard Brandtstraat, aan de rand van het Vondelpark, in gebruik genomen. Gebouwd naar ontwerp van E.A.C. Roest als typisch gereformeerde kerk op een centrale vierkante plattegrond in voornamelijk baksteen. De kerk heeft een hoog opgaand met Maasleien gedekt dak met daarbovenop een spits torentje. In de voorgevel is de kosterij integraal verwerkt en dient als overgang tussen de huizen in de Gerard Brandtstraat en de kerk. De opzet is gebaseerd op de Romaanse stijl. De drie gekoppelde grote ramen met ronde togen met aan weerszijden de lager gelegen eveneens rond-getoogde ramen geven daar uiting aan. Alle ramen waren oorspronkelijk voorzien van donkerbruin en okerkleurig glas-in-lood. Het geheel is sober, maar op ingenieuze wijze heeft de architect een grote ruimtelijkheid weten te bereiken waarin het strak geometrische plafond een belangrijke rol speelt. Bij binnenkomst doet de kerk aan als een theater met de balkons gesitueerd rondom de kansel. In totaal konden 1400 gelovigen de diensten bijwonen. Al snel na de ingebruikneming, in 1922, werd door de firma Sauer een orgel in de kerk geplaatst. Dit instrument heeft een essentiële plaats in het interieur van de kerk.

De Parkkerk speelde een belangrijke rol in de Protestantse kerkhistorie vanwege de preken van dominee J.G. Geelkerken in 1923, waarin hij stelt dat het praten van de slang in Genesis 3 niet letterlijk, maar eerder als een metafoor moest worden begrepen. De buitengewone generale synode schorste Geelkerken voor drie maanden, maar de kerkenraad van Amsterdam ging hier niet mee akkoord. Uit deze meningsverschillen ontstonden de ‘Gereformeerde Kerken in Nederland in Hersteld Verband’, waarvan de Parkkerk het centrum werd. Ds. Geelkerken werd weliswaar geschorst, maar bleef voorgaan in de Parkkerk, wat een toeloop van duizenden mensen veroorzaakte. Ook de preken van ds. Buskes in de Parkkerk droegen aan deze toeloop bij. Toch bleek het Hersteld Verband niet levensvatbaar en na de Tweede Wereldoorlog sloot het zich aan bij de Nederlands Hervormde Kerk.

De Parkkerk heeft tot voorjaar 1994 dienst gedaan als gebedsruimte. In 1995 neemt Stadsherstel (toen nog AMF) de kerk over van de Hervormde Gemeente. Hoewel er geen definitieve bestemming voor het gebouw is, wordt de kerk intensief gebruikt. In een zeer kort tijdsbestek wordt de kerkzaal verbouwd tot dansstudio. Er komt een douchegelegenheid en de verwarming wordt vernieuwd. Drie gezelschappen gebruiken de kerkzaal van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, zeven dagen per week. Het voldoet goed, al blijft de omgeving voor de dansers een beetje ‘shabby’ en komt er geen geld vrij voor restauratie. Daarvoor is de huuropbrengst van de dansstudio te gering. In de grote en hoge benedenverdieping (half souterrain), die zich onder de gehele kerk uitstrekt neemt een IT bedrijf haar intrek.

Het Nederlands Blazers Ensemble onderzocht in die periode zeer uitgebreid de mogelijkheden om zich in de Parkkerk te vestigen, maar ook televisie producenten toonden zich geïnteresseerd. Dat is niet verwonderlijk, omdat de Parkkerk met zaal en balkons als een theater overkomt. Met weliswaar sobere architectuur is architect E.A.C. Roest er in 1918 in geslaagd een indrukwekkende ruimtelijke ervaring aan de bezoeker mee te geven. In een dergelijke omgeving is de geloofsbeleving minder indringend aanwezig dan bijvoorbeeld in een rijk geornamenteerde katholieke kerk.
Hoewel een belangrijk deel van de dansers op den duur naar het Huis voor de Dans in stadsdeel Oost/Watergraafsmeer zouden vertrekken, onderzochten ook zij de mogelijkheid om zich blijvend in de Parkkerk te vestigen. Alle initiatieven bleken uiteindelijk niet voldoende sterk om blijvend een organisatie in de kerk te huisvesten, die ook in staat zou zijn de huur te betalen na restauratie.

Totdat de Stichting Utopa voorbij kwam met een plan dat naadloos in de kerk paste en waarbij voldoende geld vrijkwam om de gehele kerk te kunnen restaureren en herbestemmen. Er werd de stichting het Orgelpark opgericht. Het is dan najaar 2003 en van die tijd af gaat het snel. Bouwkundig Bureau Delfgou had al een restauratieplan van het casco en de structuur van het gebouw gemaakt en BD-Architectuur buigt zich over het interieur en de ontsluiting van het gebouw. Tegelijkertijd wordt een restauratieplan opgesteld voor het in het gebouw aanwezige Sauer-orgel. Dit pneumatische orgel is - met de orgels in de Nicolaaskerk en in Oost Kapelle - het laatste Sauer-orgel en daarom rijksmonument. Het werd gerestaureerd door Elbertse Orgelmakers in Soest.

Utopa is een stichting die spreekt van ‘mensen kansen geven’ en die zich in dit geval ten doel stelt moderne, profane orgelmuziek een nieuwe inspirerende behuizing te verschaffen waarin ruimte is voor spel, repetitie en compositie op pijporgels. Maar ook diverse vormen van vermaak met orgelmuziek, zullen aan bod komen in ‘Het Orgelpark’. Er komen verbindingen met andere instrumenten en muzieksoorten die normaliter niet direct met orgelmuziek in verband worden gebracht.