Het is bijna niet meer weg te denken uit het Orgelpark: jazz op de laatste zaterdag van de maand. Ook dit najaar staan er weer de nodige sets op het programma. Op 27 september komen Karel Boehlee, Jasper van ’t Hof (orgel) en Francien van Tuinen (zang) spelen, op 25 oktober geeft Trio Windstreken een concert en op 29 november komen De Bende van Drie en Tuur Forizoone’s Tricycle. Bert Jansma portretteerde deze kleurrijke selectie voor Timbres.
Karel Boehlee is op zijn eigen, rustige manier een uit de Nederlandse jazz niet meer weg te denken pianist geworden. Hij speelt zonder grootspraak, maar wordt wel steeds als vanzelf uiterst belangrijk in alle combinaties waarin hij te horen is. Of dat nu ‘groovy’ moet zijn op de keyboards, improviserend of harmonisch ondersteunend aan de piano. Niet voor niets is Boehlee de laatste tijd vaste begeleider van de beroemdste Belg in de muziek, Toots Thielemans. Maar hij is ook vaste man op de toetsen in het kwartet van saxofonist Toon Roos en in dat van gitarist Jesse van Ruller. Én hij is pianodocent aan het Conservatorium van Amsterdam.
Boehlee begeleidt in het Orgelpark zangeres Francien van Tuinen. Zij heeft zich, sinds ze in 1997 het Dutch Jazz Vocalist Concours won, ontwikkeld tot een toonaangevend jazzzangeres. Ook al iemand die het avontuur zoekt, nieuwe richtingen kiest en het zich daarbij nooit gemakkelijk maakt. Ze zingt met haar kwintet Tripod, bij big bands en grote symfonische orkesten. En ze ontwikkelt eigen projecten waarvan het samen met gitarist Jesse van Ruller doordachte ‘Muzyka’ wel het meest opvallende was. Geïnspireerd door een gedicht van Boris Pasternak, bewerkten Francien van Tuinen en Van Ruller er composities voor van Brahms, Debussy, Ravel, Satie, Shostakovitsj en Scriabin. Van Ruller arrangeerde en interpreteerde die voor jazzensemble (waar toen de Franse accordeonist Richard Galliano bij te gast was), de zangeres leverde ideeën en schreef de doorvoelde teksten.
Het avontuur wordt in het Orgelparkconcert van 27 oktober alleen maar groter door de aanwezigheid van Jasper van ’t Hof. Pianist én organist. Een muzikant die op een eigenlijk rare manier altijd meer gewaardeerd is buiten Nederland dan in zijn eigen land. Hij kreeg hier dan wel een Edison (1982) en de Bird Award (1997, op het North Sea Jazz Festival), maar voor het merendeel van zijn concerten moet je elders in Europa zijn, waar hij met jazzgroten als de saxofonisten Bob Malach en Charlie Mariano, met gitarist Philip Catherine en met percussionist Trilok Gurtu concerteert. Met zijn groep ‘Pili Pili’ mengde Van ’t Hof jazzimprovisaties en Afrikaanse muziek. Het kerkorgel bracht een nieuwe uitdaging in zijn carrière. Hij gaf er concerten op in Frankrijk (La Roche Morey), Duitsland (Nicolai Kirche, Bielefeld; Sankt Petri Kirche, Oyten), maakte een cd (‘Un Mondo Illusorio’, opgenomen in Bonefro, Italië) en wat hij op het orgel doet is typisch voor zijn vaak exuberante, muzikale persoonlijkheid. Onvoorspelbaar waar het heengaat in zijn gevecht met de majesteit van het orgel: virtuositeit, klassieke passages, jazzelementen, desnoods invloeden vanuit de pop. Maar het is altijd en herkenbaar Van ’t Hof: een ongrijpbaar en vooral springlevend wentelen in muziek.
Op 25 oktober presenteren fluitist en saxofonist Pieter de Mast en organist en pianist Sebastiaan van Delft hun cd Offshore. Daarna spelen ze met tabla-speler en zanger Niti Ranjan Biswas als het trio ‘Windstreken’. ‘Offshore’ en ‘Windstreken’: twee begrippen die er al op wijzen dat hier andere richtingen gekozen worden, waarin klanken en instrumenten buitengaats gaan, de geijkte vaargeulen verlaten. De Mast, die ook wereldmuziek speelt in de groep ‘Synergy’ (met onder anderen Sandhip Bhattacharya) en die zich eerder met zijn kwintet (Pieter de Mast 5) op jazzpodia’s presenteerde (onder meer op het North Sea Jazz Festival) brengt de vrije improvisaties en de openheid van de jazz in. Hij is een multi-instrumentalist die speelt zonder veel effecten, maar met een grote liefde voor een klare, stralende klank en de lyrische mogelijkheden van zijn instrumenten. Zijn geluid sluit naadloos aan, vloeit over in en smelt samen met de orkestrale orgelklanken van Sebastiaan van Delft. Van Delft, ook vaste pianist bij Carel Kraayenhofs ‘Sexteto Canyengue’, gaf eerder al orgelconcerten met saxofonist/klarinettist David Kweksilber. Hij studeerde orgel bij Evaristos Glassner, Jos van der Kooy en Leo van Doeselaar. Hij begon bijzonder vroeg op het orgel, want hij was pas twaalf (!) toen hij al de improvisatie- en interpretatieprijs won op een concours voor jeugdige organisten in Amsterdam.
De tabla van Niti Ranjan Biswas vormt het derde avontuurlijke element in deze unieke, zelden gehoorde combinatie van drie stemmen. Biswas werd geboren in Bangladesh, studeerde in Baroda en kwam via een studiebeurs aan het Amsterdams conservatorium terecht, waar hij in 2003 afstudeerde. Hij maakt deel uit van twee, innovatieve muziekprojecten: de percussiegroep Drums United en de wereldmuziekformatie Jungle Warriors. Met virtuoos tablaspel en stemimprovisaties completeert hij Windstreken, dat zich laat leiden door klankschoonheid en klankrijkdom. Muziek die niet meer in een vakje past. Waarin de vrijheid van de jazz samengaat met invloeden uit het modern-klassieke (denk aan de orgelcomponist Jehan Alain) en het Indiase idioom. Geen muziek van de één een solootje, daarna mag de ander, maar een voortdurend dooreenvloeien van stemmen, in een samenspel waarin de accenten steeds verschuiven. Drie zingende stemmen in een nieuwe wereld van klank.
Hoe kleurrijk de wereld van de geïmproviseerde muziek kan zijn, bewijzen de twee ensembles die het najaarsjazzseizoen in het Orgelpark afsluiten, op 29 november. De Nederlandse Bende van Drie begon ooit als straatband en eigenlijk heeft het trio altijd iets van dat element behouden: muziek die alle kanten op kan spetteren, steeds uit het hart, linea recta naar dat van hun publiek. Met een grote liefde voor de improvisatie mengt de Bende zonder enige schroom allerlei muziekgenres. Van de Balkan naar de jazz, de tango en de kwela. Kruisbestuiving is het sleutelwoord in de muziek, die voornamelijk op eigen thema’s gebaseerd is met, zoals het trio het zelf vrolijk stelt, ‘hier en daar listig geïntegreerd jatwerk’.
Saxofonist Onno van Swigchem studeerde in Amsterdam, had privélessen van de hier wonende Amerikaan Michael Moore, volgde workshops bij onder anderen Arnold Dooyeweerd en John Tchicaï – daar heb je al een aantal contrasterende muziektinten bij elkaar. Van Swigchem speelt ook in de groepen Waterproof Live en Tetzepi en tourde daarmee over de wereld. Accordeonist Pieter Jan Cramer van den Bogaart is eveneens muzikaal op meerdere fronten hoorbaar. Hij speelde en speelt bij zangeres Astrid Seriese, bij Vera Vingerhoeds, Frédérique Spigt, Corrie van Binsbergen en in Tetzepi. Bovendien maakte hij theatrale voorstellingen met de Dogtroep en Orkater. Ook van het Sweelinck-conservatorium komt bassist Dion Nijland, die jazz speelt met groepen als Dimami en Talking Cows, en theaterwerk deed met acteur Jeroen Willems in diens Jacques Brel-programma en in de muziektheaterproduktie Poesjkin Paradijs van Theatergroep Oostpool.
De straat speelt bij de Belgische groep Tricycle opnieuw een rol. Leider Tuur Florizoone werkte als zeventienjarige in Brazilië in een project voor straatkinderen en leerde daar accordeon spelen. Hij volgde er workshops bij Nana Vasconcelos en Gilberto Gil en ontdekte een voor hem nieuwe, percussieve manier van muziek maken. Met mede-studenten Philippe Laloy en Vincent Noiret aan het Brussels conservatorium belandde hij in de begeleidingsgroep van een voorstelling van de Leuvense circusschool (Cirkus in Beweging) in Duitsland (op het eiland Sylt) en zo werd de groep Tricycle een feit. Het trio gebruikt de taal van de jazz voor avontuurlijke muziek met een hoog visueel gehalte. Soms nostalgisch, soms humorvol verstoppertje spelend met cliché’s, soms puur eigentijds.
Het drietal van Tricycle is ook afzonderlijk van elkaar te beluisteren in de Belgische jazzscene (met bijvoorbeeld Pierre van Dormael), in het Belgisch-Nederlandse popgebeuren (Thé Lau, Jo Lemaire, chansonnière Maurane) en de klassieke muziekwereld (blaaskwintet À Bout de Souffle).
(Auteur: Bert Jansma)













