Op 10 december 2008 is het honderd jaar geleden dat Olivier Messiaen in het Zuid-Franse Avignon werd geboren. Messiaen wordt tot de belangrijkste componisten van de 20ste eeuw gerekend; zijn œuvre staat daarom dit jaar op vrijwel elk zichzelf respecterend concertpodium centraal. In het Orgelpark vindt van 16 tot en met 18 oktober een Messiaenfestival plaats, verzorgd door onder anderen Willem Tanke en musici van het Rotterdams Conservatorium.
Het Orgelpark zou het Orgelpark niet zijn wanneer er op dit festival alleen maar orgelmuziek te horen was. Op het programma staat bijvoorbeeld ook het schitterende Quatuor pour la Fin du Temps. Dit kwartet gaf in 1940 een compleet nieuwe toon aan in de kamermuziek, vergelijkbaar met het effect van Stravinsky’s Sacre du Printemps, de compositie die in 1913 de eigentijdse muziek überhaupt een nieuwe richting had gewezen.
‘Ik ben niet christelijk opgevoed, ik ben gelovig geboren’
De ouders van Olivier Eugène Prosper Charles Messiaen waren Shakespeare-vertaler Pierre Messiaen en dichteres Cécile Sauvage. Olivier hield veel van de poëzie van zijn moeder. Het gedicht l’Âme en bourgeon (‘De ontluikende ziel’), dat zij schreef toen ze van Olivier in verwachting was, heeft later een bijzondere indruk bij hem achtergelaten. In 1979 werd het op de plaat vastgelegd, becommentarieerd door improvisaties van de toen al oude meester, gespeeld op het orgel in de Parijse Ste.-Trinité.
In zijn kindertijd kreeg Olivier Messiaen al cadeaus in de vorm van partituren, zoals Orpheo van Gluck en de Peer Gynt-suite van Grieg. Hij leerde zichzelf pianospelen en componeren. Zijn moeder las hem veel voor: van sprookjes van Perrault en d’Aulnoy tot aan haar eigen gedichten, al kon hij ze nog nauwelijks bevatten. Messiaens geloofswereld is ten dele hieruit voortgekomen, legde hij later uit. ‘Ik ben niet christelijk opgevoed, ik ben gelovig geboren. Het geloof in de wederopstanding na de dood en het glorievol herrezen lichaam heeft eigenschappen, die je in de sprookjeswereld ook beleeft.’ Het herrezen lichaam was volgens Messiaen lichtend, zichtbaar én onzichtbaar, soepel, ongevoelig voor lijden of ziekte, in staat zich te verplaatsen naar alle sterren, probleemloos, met de snelheid van een lichtflits. Het in 1939 geschreven orgelwerk Les Corps Glorieux (met als subtitel ‘Zeven korte visies over het leven der Verrezenen’) gaat hierover; luister vooral eens naar het meesterlijke vijfde deel Force et Agilité des Corps Glorieux.
Bij zijn afscheid van zijn eerste harmonieleraar kreeg Messiaen de partituur van Pelléas et Mélissande van Debussy. Hij was zeer ontroerd door de muziek; het zuiver genieten van klanken is altijd belangrijk voor hem geweest. Zijn muziek heeft echter niet het impressionistische, mysterieuze van Debussy, maar een scherper en rauwer effect, wat te maken heeft met het gebruik van hogere boventonen. Dit kwam al voor bij Debussy, Ravel, Skriabin en anderen, maar Messiaen ging hierin verder en gaf het een grotere rijkdom. Boventonen hielden in zijn beleving verband met kleuren, wat hij al jong ontdekte bij het zien van de overweldigende kleurenpracht van de glas-in-loodramen in de Parijse Sainte Chapelle.
In het spoor van Widor en Tournemire
Tussen 1919 en 1930 studeerde Messiaen aan het Parijse conservatorium. Piano bij onder anderen Georges Falkenberg, slagwerk, orgel bij Marcel Dupré, muziekgeschiedenis en theorie bij Maurice Emmanuel, harmonie en contrapunt bij Georges Caussade en tenslotte compositie bij Charles-Marie Widor (in 1926-1927) en Paul Dukas. Hij verliet het conservatorium met vijf Eerste Prijzen. Tijdens zijn studententijd heeft Messiaen nauwelijks gecomponeerd. Zijn eerste uitgaven bij Durand omvatten de Huit Préludes voor piano en Dyptique voor orgel.
Hoewel Messiaen als organist leerling was van Dupré, is hij zeker niet in de stijl van die leermeester doorgegaan. Veel eerder staat hij in de traditie van Widor (denk aan diens kleurrijke Symphonies Gothique en Romane) en later Tournemire, een liturgisch componist bij uitstek. Het is bekend dat Messiaen hem zeer bewonderde. Vaak ging hij naar de Ste.-Clotilde om Tournemire, die daar organist was, te horen improviseren, vooral tijdens de vesperdiensten.
De orgelwerken van Messiaen mogen dan niet echt geschikt zijn voor de rooms-katholieke liturgie, ze ademen wél de esprit die we bij Tournemire tegenkomen en die aan de stijl van Dupré totaal vreemd is. Na drie orgelwerken uit Messiaens begintijd (Le Banquet céleste uit 1926, Dyptique uit 1929 en Apparation de l’église éternelle uit 1931), uitingen van een laatromantische stijl, komen de drie grote cycli uit de jaren ’30: L’Ascension (1933-1934; de eerste versie schreef Messiaen op één deel na voor orkest), La Nativité du Seigneur (1935) en het al genoemde Les Corps Glorieux (1939). Tot de overige vroege werken behoren het orkestwerk Les Offrandes oubliées, Poèmes pour Mi (voor sopraan en piano en opgedragen aan zijn toenmalige vrouw Claire) en het pianowerk Visions de l’Amen.
Van 1931 tot zijn dood in 1992 was Messiaen organist van het grote Cavaillé-Coll-orgel in de Parijse Ste.-Trinité. Vanaf 1936 doceerde hij aan de Ecole Normale de Musique en aan de Schola Cantorum. Na zijn terugkeer uit de Duitse krijgsgevangenschap werd hij leraar harmonie aan het conservatorium. Later werden zijn taken aan dit instituut fors uitgebreid.
Kwartet voor het Einde van de Tijd
Kort na Frankrijks oorlogsverklaring aan Duitsland werd Messiaen voor militaire dienst opgeroepen. Wegens zijn slechte ogen hoefde hij niet aan de actieve dienst deel te nemen. Na de Duitse inval in mei 1940 kwam hij in de buurt van Verdun in krijgsgevangenschap. In het interneringskamp bij Nancy ontmoette hij de klarinettist Henri Akoka en de cellist Etienne Pasquier (een van de broers van het later beroemd geworden Trio Pasquier). Messiaen schreef voor Akoka het solostuk Abîme des Oiseaux, dat deel van het Quatuor zou gaan uitmaken. In juli 1940 kwamen de drie musici in Stalag VIII-A te Görlitz (Silezië) terecht, waar de violist Jean Le Boulaire zich bij hen voegde. Hier ontstond Intermède voor viool, klarinet en cello; het werk werd in de washokken van het kamp ingestudeerd. Messiaen kreeg een hoek in barak 27B (die ook als kerkruimte werd gebruikt) toegewezen om te componeren; de kampcommandant voorzag hem van muziekpapier. Een cello (met drie snaren) en een ondermaatse piano, waarvan veel toetsen bleven hangen, werden in het kamp gebracht. Langzamerhand kwam het gehele Quatuor tot ontwikkeling: Messiaen transcribeerde een deel uit Fête des belles eaux (1937) voor cello en piano (Louange à l’Eternité de Jésus) en het tweede deel uit Dyptique voor viool en piano, dat hij omdoopte tot Louange à l’Immortalité de Jésus.
Messiaen directe inspiratiebron waren de verzen 1-7 uit hoofdstuk 10 van de Openbaring, het laatste boek van de Bijbel. Een citaat: ‘Toen hief de engel, die ik op de zee en het land zag staan, zijn rechterhand ten hemel op. Hij zwoer bij Hem, die leeft in de eeuwen der eeuwen, en die de hemel heeft geschapen met al wat er in is, de aarde met al wat er in is, en de zee met al wat er in is: er zal geen tijd meer zijn.’ In het woord vooraf bij het werk geeft Messiaen een korte analyse:
Liturgie de cristal. Het ontwaken van de vogels in de vroege ochtend, een merel die improviseert temidden van het zachte geruis van de bomen: de harmonieuze stilte van de hemel. In de driedelige Vocalise wordt de engel opgeroepen die het einde van de tijd aankondigt, waarna een langzaam quasi-recitativo door viool en cello met vallende ‘blauw-oranje’ akkoorden door de piano een regenboog symboliseert, zoals in vers 1 beschreven.
De onpeilbare diepte (L’Abime des oiseaux) verklankt Messiaen door triestheid en vermoeidheid tegenover het menselijke verlangen naar het licht, de sterren en jubelende zang te stellen. De Intermède laat eerdere motieven horen in een levendige sfeer, waarna Louange à l’Eternité de Jésus teruggrijpt naar de sfeer van het tweede deel uit Le Verbe uit La Nativité du seigneur: één lange frase, waarin de eeuwige liefde krachtig wordt uitgebeeld – ‘In den beginne was het Woord, en het Woord was van God.’ Dynamiek, ritme en timbre, unisono gespeeld, overheersen in Danse de la fureur, pour les sept trompettes, waarin de zevende trompet aankondigt dat Gods mysterie is vervuld. In Fouillis d’arcs-en-ciel keren fragmenten uit het tweede deel terug. Regenbogen en stralenkransen portretteren de engel in macht en glorie. Het laatste deel, Louange à l’Immortalité de Jésus (waarvan de subtitel in Dyptique L’éternité bienheureuse luidt), brengt de luisteraar in tijdeloosheid naar Gods eeuwige vrede.
In lompen gehuld
De première van het Quatuor pour la Fin du Temps vond plaats op 15 januari 1941 in het kamp te Görlitz – de musici in lompen gehuld. Vooraf gaf de componist een lezing over de gebruikte teksten van de Openbaring, waarna (naar Messiaens eigen zeggen) vijfduizend gevangenen, boeren, arbeiders, intellectuelen, doktoren, priesters – overigens ook Duitse officieren, zij zaten op de eerste rij! – de uitvoering bijwoonden (volgens Pasquier konden er maar vierhonderd toehoorders in het kamptheater). Messiaen zei later dat zijn muziek sindsdien nooit meer met zoveel aandacht en begrip was beluisterd. De muziek gaf enige afleiding van de bittere omstandigheden waarin men verkeerde.
Enkele maanden na het gedenkwaardige concert kwam Messiaen – vermoedelijk dankzij inspanningen van Dupré – vrij. Hij keerde terug naar Parijs. Een jaar later werd Quatuor bij Durand uitgegeven. In het woord vooraf schrijft de componist een Petite théorie de mon language rythmique, waarvan de hoofdtrekken (zoals aan bepaalde noten toegevoegde lengtes en ‘niet-onomkeerbare’ ritmes) al in het midden van de jaren ’30 vaststonden.
Voor wie meer over Messiaens componeertechniek weten wil: het in 1944 bij Leduc uitgegeven boekje Technique de mon Langage Musical verschaft op een toegankelijke manier informatie over onder meer Messiaens ritmiek en melodiek, veelal gebaseerd op vogelzang en modi uit de Hindoemuziek.
Journalist/musicoloog René Verwer, kenner van de Franse orgelcultuur van de 19de en 20ste eeuw, schreef deze inleiding op het Messiaenfestival in het Orgelpark.













