CD Recensies

Suikerstroop en de hand van God

Door Frits van der Waa (De Volkskrant, 18 februari 2011)

Leo van Doeselaar
César Franck: orgelwerken.
Orgelpark (2 cd’s).
 
Oordeel redactie: 4 sterren

Voor iemand die tot de grote orgelcomponisten wordt gerekend heeft César Franck niet eens zoveel voor het instrument gecomponeerd. Zijn complete werk voor orgel solo past op twee cd’s. Ja, er zijn nog flink wat stukken voor harmonium, maar dat is toch andere koek.
Leo van Doeselaar laat op het Verschueren-orgel van het Amsterdamse Orgelpark horen dat hij veel affiniteit heeft met de wereld van Franck, waarin doorwrochtheid het schilderen van gemoedstoestanden niet in de weg staat. Het instrument beschikt over orenkietelende tongwerken, maar ook over robuuste bourdon- en contrebasse-registers. De diverse zwelmogelijkheden zijn in de opname nogal nadrukkelijk te horen, en dat is soms een beetje storend. Als je even gewend bent aan de niet aflatende modulatiedwang die nu eenmaal bij de late negentiende eeuw hoort, valt er veel te genieten. Er vloeit suikerstroop, maar ook de hand van God daalt van tijd tot tijd met kracht neer.
Vooral de Trois Chorals doen begrijpen waarom Franck door zijn tijdgenoten werd beschouwd als evenknie van Bach.



Trouw recensie

L’Art de la transcription, Erwin Wiersinga

Veel orgelliefhebbers fronsen er hun wenkbrauwen over, anderen applaudisseren: bewerkingen van (orkest)werken voor orgel. De argwaan is terecht, als populaire deuntjes uit effectbejag worden „overgezet.” Tegelijk getuigt de muziekhistorie van tal van eerbiedwaardige voorbeelden. Niemand zal de waarde van Bachs of Walthers bewerkingen van concerten van klassieke voorgangers betwisten. En hoe indrukwekkend suggestief vertaalde Piet van Egmond het langzame deel uit de negende symfonie van Antonin Dvorak naar het orgel? Alles staat of valt met de kwaliteit van de bron en met de gewetensvolheid van de bewerker.
Een heuse krachttoer levert Erwin Wiersinga op een opname van het Verschuerenorgel in het Orgelpark in Amsterdam. Daar speelt hij een door hemzelf aangepaste bewerking van Herbert M. Kidd uit 1928 van de Symphonie in d van César Franck. Om van het orgel een orkest te maken is dan geen keuze meer, maar een noodzaak. Het orgel verliest het van het orkest als het gaat om suggestieve kracht, door de mindere soepelheid en het gebrek aan traploze dynamiek. Toch acht ik het originele experiment van Wiersinga geslaagd.
Weliswaar is de galm in het Orgelpark niet royaal, maar de organist doet er met zijn techniek, registraties en voordracht alles aan om de lading van Francks meesterwerk ook via dit orkestraal getinte orgel over te brengen. En dus is het genieten van de betoverende melodieën, de spanningsopbouw en de subtiele klankeffecten. Wiersinga speelt werken van Tournemire, Duruflé, Ravel en Thierry Escaich, die allen in Parijs werk(t)en. Buitenissig orgelrepertoire, en dus alleszins het beluisteren waard.
(Reformatorisch Dagblad, tekst: Piet van de Wege)

Orgelkunst

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Nederlands Dagblad

Trouw