Menselijk hijgen en zweten
De Volkskrant
1 april 2008
Conny Janssen Danst - Sparring Partners
Dansers gaan er in volle vaart tegenaan
Het lijken twee zwarte aarden wallen. Ze staan haaks op elkaar en de fijne snippers autoband zorgen voor een kruimelige structuur, alsof er stukjes hout m zitten. Het creeert een mooi contrast, dit aardse beeld in het Orgelpark, een concert- en theaterpodium in de voormalige Parkkerk, waarvoor Conny Janssen de choreografie Sparring Partners heeft gemaakt.
Het is met de eerste keer dat choreografen de natuur de kerk binnenhalen. Klassiek is Krisztina de Chatels Fold, waarvoor oorspronkelijk in 1985, een (echte) aarden wal in de Amstelkerk moest worden opgebouwd die door de dansers weer werd neergehaald. Janssen gebruikt de wallen vooral als een dreigend kader, een strakke grens.
De geur van het rubber maakt het aardse bovendien stads. Janssen verstoort de verwachting die beeld en ruimte oproepen.Hetzelfde geldt voor de muziek en de dans. Jeroen Van Vliet, bekend uit de geimproviseerde muziek en de jazz, heeft een compositie voor orgel gemaakt die alles is, behalve sacraal of sereen. Samen met saxofonist Mete Erker, die vanaf het balkon speelt, zorgt hij voor een bijna filmisch klankpalet dat zich hand in hand met de dans ontwikkelt. Het is een zeer levendige ontmoeting, die je doet afvragen of Sparring Partners overeind zal blijven tijdens de tournee langs gewone theaterzalen met de muziek op tape.
De dansers zijn uiterst krachtig, niet ijl of ongrijpbaar. Het is juist menselijkheid troef. Ook door de levensechte variatie in lichaamstypen (hier is niet iedereen mager of klein) en de intimiteit van de zaal, die maakt dat het publiek zo dicht op het speelvlak zit, dat het hijgen en zweten plaatsvervangend voelbaar wordt.
Sparring Partners is een muzikaal dansstuk met een grote emotionele geladenheid. In zwarte shirtjes en driekwart broeken ontwaken de twee vrouwen (Cristiana Ruggieri en Nao Tokuhashi) en vier mannen (Maarten Hunink, Martijn Kappers, Dario Tortorelli en Javier Vaquero Ollero) uit een toestand van stilte en minimale melodielijnen. Hoofden worden onder de wal vandaan getrokken, de ruimte wordt verkend. Eerst nog voorzichtig, maar al gauw overheersen de hectiek van het leven en de urbulentie van alle emoties daarin.
Op een even gespannen en onrustige, als dynamische en Ievenslustige muziek gaan de dansers er in voile vaart tegenaan. Rennend, met snelle draaien en grote sprongen, in een afwisselende serie duetten, trio en unisono gedanste groepsstukken. Soms gromt het orgel, ruist de sax en wordt een stuwende laag onder de oppervlakte voelbaar. De eenheid van de massa verandert in toevallige ontmoetingen, met nu en dan een dolende eenling. De dansers belichamen de voor Janssen zo typerende combinatie van kracht en zachtheid erg goed.
Effectief zijn de stiltes, een soort ogen in de orkaan. Confronterend zijn de lichamen die allemaal tegelijk tegen de grond klappen, de armen wijd, als omgevallen kruisbeelden. Het afscheid van al deze energie is onvermijdelijk, je voelt dat dat moet komen, ook daarin is Sparring Partners levensecht. Op een kalmerend orgel, dat bezinning en melancholie verwoordt, wordt de stadse aarde voetje voor voetje omver gelopen.
Nieuwe lijnen, nieuwe paden ontstaan. Als een handpalm die steeds meer sporen van het leven achterlaat. En dan is het, na een laatste uitbarsting, tijd voor vertrek.
Mirjam van der Linden













