Portret: Willem Boogman (24 februari)

Virtuoze "Genietingen"

 

 

Hoe maak je een verantwoorde keuze uit een circa vijftig stukken omvattend oeuvre? Willem Boogman (63), die van het Orgelpark de uitnodiging kreeg om een programma met zijn eigen werk samen te stellen, besloot de raad van een goede vriendin op te volgen: zorg dat je tijdens het concert zelf lekker achterover kunt leunen.

 

Dat betekende in de praktijk dat Boogman vooral recent werk heeft gekozen. Zoals de twee stukken uit de cyclus Genieting, waarvoor hij zich heeft laten inspireren door de opvatting van de Franse filosoof Emmanuel Levinas, die stelt dat onze identiteit vooral wordt bepaald door de manier waarop we “genieten”. Daarmee doelt hij op de zintuiglijke relatie die we onderhouden met de wereld om ons heen en met onszelf. De cyclus Genieting is een reeks virtuoze stukken voor solo-instrumenten die refereert aan dat idee: een musicus die met zijn hele hebben en houden op het podium staat en zich fysiek moet verhouden tot de muziek, tot zijn instrument en tot het publiek.

 

 

 

Filosoof Emmanuel Levinas: onze identiteit vooral wordt bepaald door de manier waarop we “genieten”.

 

 

Hardcore modernist

Zelf heeft Boogman de afgelopen jaren zijn relatie tot de muziekliteratuur onderzocht, zowel de lichte als de klassieke muziek. “Ik ben een hardcore modernist,” typeert hij zichzelf. “De afgelopen jaren heb ik vaak bestaande muziek gebruikt als materiaal voor mijn composities.” Een voorbeeld daarvan is The Road to Here, dat vorig seizoen in het Orgelpark in première ging. Boogman schreef het voor het jubilerende Ottoni Koperkwartet en vroeg de musici hun lievelingsmelodie op te sturen. “Zo kreeg ik de meest uiteenlopende fragmenten binnen: een jazz-standard, een thema van Vaughan Williams, Cantique de Jean Racine van Fauré, een citaat uit het hoornconcert van Duparc enzovoorts. Zelf wilde ik iets doen met Die NELKEN-Reihe, die optocht van de Duitse choreografe Pina Bausch waarvoor zij op haar beurt muziek van Louis Armstrong gebruikte. Al dat materiaal heb ik door de shredder gehaald en gemetamorfoseerd tot nieuwe melodieën. Er is maar één moment dat iedereen zijn eigen oorspronkelijke melodie speelt, dwars door elkaar heen à la Charles Ives.”

 

Prutsen en mieren

“Het is een kwestie van ‘eindeloos prutsen en mieren,” aldus Boogman. “Bijvoorbeeld de toonhoogte van de jazz-standard zet ik op nul. Dat betekent dat je alleen het ritme overhoudt. Vervolgens plak ik daar toonhoogtes op van Cantique de Jean Racine, zodat een nieuwe melodie ontstaat. In principe verzin ik dus weinig nieuwe noten, maar hun context en de architectuur van het stuk bepaal ik wel zelf. De choreografie van Pina Bausch heb ik op een simpele manier proberen te verklanken. In de lente is het gras kort, dan neem ik een kleine secunde. In de zomer is het gras lang en staat de zon hoog aan de hemel, dus ook dat komt in de intervallen terug.”

 

Stockhausen

De techniek die Boogman hanteert om bestaande muziek een gedaanteverwisseling te laten ondergaan, ontleent hij aan de Duitse avant-gardecomponist Karlheinz Stockhausen. “Het is een methode waarmee je alle elementen van muziek op alle niveaus kunt manipuleren. En je kunt zelf kiezen of je dicht bij het origineel wilt blijven of juist abstraheren.” In het geval van Duik langs het koraalrif  besloot hij het materiaal – Schumanns Kinderszenen en een koraal van Bach – goeddeels intact te laten, omdat de compositie voor kinderen was bedoeld. “Het moest over stilstand en beweging gaan en daarom koos ik het Bach-koraal als ‘stilstand’, waarvoor ik de notenwaarden aanzienlijk uitrekte. Verder vroeg ik mij af wat ik zelf mooi vond toen ik 11, 12 jaar oud was: de Kinderszenen, nog altijd een van mijn favoriete composities. Die dertien stukjes van Schumann laat ik, enigszins bewerkt, opdoemen op het uitgerekte koraal van Bach. Zo ontstond het idee van koraalvissen die voorbij zwemmen.” Is Duik langs het koraalrif oorspronkelijk geschreven voor accordeon en variabel ensemble, in het Orgelpark zal een arrangement voor accordeon en twee digitaal aangestuurde orgels klinken, gemaakt door componist Trevor Grahl.

 

 

 

Willem Boogman. Foto: Sandra Macrander

 

 

Ultieme polyfonie

Terugblikkend op zijn oeuvre, zegt Boogman: “Uiteindelijk wordt alles wat ik doe bepaald door mijn visioen over muziek: de ultieme polyfonie, waarin alles tegelijkertijd beweegt. Als wolken die over elkaar heen schuiven. Ik kan me goed herinneren dat mijn compositieleraar Ton de Leeuw indertijd vroeg wat ik in muziek wilde bereiken. Ik antwoordde: ‘Ik wil maar één ding, ingegeven door de natuur, dat er perspectief in de muziek ontstaat.’ Toen dacht ik dat dat onmogelijk was – muziek is geen beeldende kunst – maar De Leeuw zei: ‘Je moet goed je best doen, want het kan wel.’ Ik ben nu 63 jaar en sinds kort lukt het me om doorkijkjes in muziek te creëren.”

 

 

Auteur Jacqueline Oskamp is muziekpublicist en publiciteitsmedewerker van het Orgelpark. Zij is specialist in de geschiedenis van de Nederlandse muziek in de 20ste eeuw en publiceert daarover boeken en artikelen.

 

 

Word
Gast
vriend

Word GastVriend van het Orgelpark

Bezoek alle Orgelpark concerten voor slechts 70 euro per jaar. Daarmee helpt u ons om het orgel een nieuwe plaats te geven in het actuele muziekleven en geeft u jong talent de kans op te treden in een bijzondere ambiance.

Lees meer

Stichting Utopa actualiseert en stimuleert creatieve talenten van mensen

Lees meer
Muziekspeler
Kies een muziekstuk